Ik heb elders op deze website al eens gezegd dat Zweden het Luxemburg van Skandinavië is. Of dat een compliment is moet de lezer hiervan zelf maar uitmaken. Je zult in elk geval niet na elke bocht weer een klaterende waterval aantreffen, zoals in Noorwegen. Eigenlijk vind ik Denemarken veel saaier. Van die knullige heuveltjes met graan, brrr. Daar rijd ik dus graag snel doorheen op weg naar Zweden.

Toch is het voorstelbaar dat je na uren rijden wel eens simpel wordt van al die miljoenen berken, miljarden naaldbomen, honderden Volvo's en tientallen Scania's. Maar daar zit juist de charme van het land; prachtige meren (wel 16.000), die afgewisseld worden met naald- en loofbossen, bergen en rotsen met overal lieflijke Falurode huisjes met witte kozijnen. En als je de bossen zat bent, dan ga je toch lekker naar Öland of aan de scherenkust vakantie vieren? Da's ook Zweden en het biedt een weergaloze strandvakantie; een prachtige zee, geen gedrang om een plekje en heerlijk schoon water. En als je dan nog klaagt over een saai land, tsja, dan moet je volgend jaar vooral weer naar Toscane of de Provence gaan (overigens niets mis mee!).

Vanaf het midden naar het noorden wordt het ruiger, desolater en wellicht wat spannender. In het noorden vind je nog echte wildernissen als het nationaal park Sarek, een van de grootste nationale parken in Europa. De fjällen (het berggebied) vind je grofweg vanaf de lijn benoorden Stockholm aan de Noorse (oostelijke) grens. Wie dus tegen de beboste saaiheid van het zuiden aanloopt en niet weer een bos, meer of Scania wil zien, hij/zij spoedde zich noordwaarts. Maar daar loop je weer dagen door kale bergen, langs stille meren en ontelbare dwergberkjes. Je moet gewoon van ruimte, rust en natuur houden. Dan ben je in dit land op de goede plek.